Account Voor zorgverleners

Handartrose

Handartrose komt veel voor. Toch denken veel mensen bij artrose vooral aan knieën of heupen. Dat is jammer, want ook artrose in de handen kan veel invloed hebben op het dagelijks leven. Een pot opendraaien, schrijven, koken of een knoop dichtmaken kan ineens lastig of pijnlijk worden.

Op deze pagina lees je wat handartrose is, welke klachten erbij horen, wat je zelf kunt doen en vind je een eenvoudig oefenprogramma.

Wat is handartrose?

Handartrose is een vorm van artrose waarbij het kraakbeen in één of meerdere gewrichten van de hand dunner wordt. Hierdoor bewegen de botten minder soepel langs elkaar. Ook kunnen het gewrichtskapsel, de banden en de spieren veranderen. Dat kan zorgen voor pijn, stijfheid en minder kracht.

Handartrose ontstaat meestal langzaam. Vaak zijn meerdere gewrichten tegelijk aangedaan.

De meest voorkomende vormen zijn:

  • Artrose in de duim (Duimbasisartrose/CMC-1 artrose)
  • Artrose van de vingergewrichten
  • Soms artrose van de pols

 

Hoe vaak komt handartrose voor?

Handartrose is één van de meest voorkomende vormen van artrose.

  • Ongeveer 1 op de 5 volwassenen boven de 45 jaar heeft handartrose
  • Bij mensen boven de 70 jaar komt het nog vaker voor
  • Vrouwen krijgen ongeveer 2 tot 3 keer vaker handartrose dan mannen
  • Vooral na de overgang neemt de kans toe
  • Niet iedereen met artrose op een röntgenfoto heeft ook klachten

Duimbasisartrose

De meest voorkomende vorm van handartrose is duimbasisartrose.

Hierbij zit de artrose in het gewricht tussen de duim en de pols.

Je kan last hebben van:

  • Pijn aan de basis van de duim
  • Moeite met een pot opendraaien
  • Minder knijpkracht
  • Moeite met sleutels draaien
  • Schrijven wordt lastiger
  • Pijn bij tillen
  • Soms een zichtbare verdikking van het gewricht

Juist omdat we onze duim bijna overal voor gebruiken, kunnen deze klachten veel invloed hebben op het dagelijks leven.

Welke klachten geeft handartrose?

Iedereen ervaart artrose anders.

Veel voorkomende klachten zijn:

  • Pijn tijdens bewegen
  • Ochtendstijfheid
  • Stijve vingers
  • Minder knijpkracht
  • Minder fijne motoriek
  • Moeite met schrijven
  • Potten openen lukt minder goed
  • Sleutels omdraaien gaat moeilijk
  • Knopen dichtmaken kost meer moeite
  • Een verdikking van de gewrichten

De klachten kunnen per dag verschillen. Soms gaat het weken goed en daarna nemen de klachten tijdelijk weer toe.

Wat kunt u zelf doen?

U kunt zelf veel doen om de klachten te verminderen.

Blijf bewegen
Bewegen houdt de gewrichten soepel en helpt de spieren sterk te houden.

Probeer uw handen iedere dag te gebruiken, ook als dat soms wat gevoelig is.

Wissel belasting af
Gebruik uw handen, maar neem tussendoor ook rust.

Voorkom dat u lange tijd achter elkaar dezelfde beweging maakt.

Verdeel de kracht
Gebruik beide handen als dat kan.

Til bijvoorbeeld een pan met twee handen in plaats van één.

Gebruik hulpmiddelen
Er zijn veel hulpmiddelen die het dagelijks leven makkelijker maken.

Denk aan:

  • Een potopener
  • Dikkere handvatten
  • Aangepast bestek
  • Ergonomische pennen
  • Een sleutelverdikker

Een ergotherapeut kan samen met u kijken welke hulpmiddelen passen bij uw situatie.

Oefeningen voor je hand

Oefening 1 – Vuist maken

Doel: soepel bewegen van de vingers.

Zo doet u de oefening

  • Houd uw hand ontspannen
  • Buig langzaam alle vingers
  • Maak een losse vuist
  • Strek de vingers weer volledig
  • Herhaal: 10 tot 15 keer

Oefening 2 – Vingers spreiden

Doel: verbeteren van de beweeglijkheid.

Zo doet u de oefening

  • Leg uw hand plat op tafel
  • Spreid de vingers zo ver mogelijk
  • Houd 3 seconden vast
  • Ontspan
  • Herhaal: 10 keer

Oefening 3 – Duim naar iedere vingertop

Doel: verbeteren van de coördinatie.

Zo doet u de oefening

Raak met de duim achter elkaar aan:

  • Wijsvinger
  • Middelvinger
  • Ringvinger
  • Pink
  • Maak steeds een mooie ronde cirkel.
  • Herhaal: 10 rondes.

Oefening 4 – Knijpen in een zachte bal

Doel: verbeteren van de knijpkracht.

Gebruik een zachte foam- of stressbal.

  • Knijp rustig
  • Houd 3 seconden vast
  • Ontspan langzaam
  • Herhaal: 10 keer

Gebruik geen harde bal wanneer dit veel pijn geeft.

Oefening 5 – Elastiek openen

Doel: versterken van de spieren die de vingers openen.

  • Doe een elastiek om de vingers
  • Open de vingers rustig tegen de weerstand
  • Houd 2 seconden vast
  • Laat langzaam terugkomen
  • Herhaal: 10 tot 15 keer