Account Voor zorgverleners

Onderzoek en ontwikkeling

Samen werken aan een toekomst met minder artroseklachten
De behandeling van artrose is de afgelopen jaren sterk verbeterd. We weten bijvoorbeeld steeds beter hoe belangrijk bewegen, een gezond gewicht en goede begeleiding zijn. Toch is er nog veel onderzoek nodig. Want hoe kunnen we artrose eerder herkennen? Welke behandelingen werken het beste? En is het in de toekomst mogelijk om artrose af te remmen of zelfs te voorkomen?

Op deze pagina houden we je op de hoogte van de nieuwste onderzoeken naar artrose. Ook vind je hier oproepen voor onderzoeken waaraan je zelf kunt deelnemen.

Onderzoek helpt

In Nederland leven ruim 1,6 miljoen mensen met artrose. Door de vergrijzing en het toenemende overgewicht zal dit aantal de komende jaren verder stijgen. Daarom werken onderzoekers, zorgverleners en mensen met artrose samen aan betere oplossingen.

Onderzoek helpt om:

  • Artrose eerder te herkennen
  • Beter te begrijpen waardoor artrose ontstaat
  • Behandelingen verder te verbeteren
  • Nieuwe medicijnen te ontwikkelen
  • Onnodige zorg te voorkomen
  • De kwaliteit van leven van mensen met artrose te vergroten

 

Mensen met artrose zijn onmisbaar voor onderzoek

Door deel te nemen help je onderzoekers om betere behandelingen en zorg te ontwikkelen. Soms doe je mee door een vragenlijst in te vullen. Bij andere onderzoeken test je een nieuwe behandeling, een hulpmiddel of een oefenprogramma. Ook kun je meedenken over welke onderwerpen onderzoekers zouden moeten onderzoeken.

Deelname is altijd vrijwillig. Voordat je meedoet, krijg je duidelijke informatie over het doel van het onderzoek, wat er van je wordt verwacht en hoe jouw gegevens worden beschermd.

Onderzoek uitgelicht

Op deze pagina lichten we regelmatig interessante onderzoeken uit. Bijvoorbeeld onderzoeken naar:

  • Nieuwe medicijnen tegen artrose
  • Betere oefenprogramma’s
  • Leefstijl en voeding
  • Kunstmatige intelligentie (AI) voor een snellere diagnose
  • Hulpmiddelen en digitale ondersteuning
  • Pijn en het dagelijks leven met artrose

Wanneer onderzoekers deelnemers zoeken, plaatsen we hier ook een oproep. Zo kun je eenvoudig zien of een onderzoek bij jou past.

Samen maken we het verschil

Onderzoek kan alleen vooruitgaan dankzij de inzet van mensen met artrose. Of je nu zelf deelneemt aan een onderzoek, een vragenlijst invult of jouw ervaringen deelt: jouw bijdrage helpt om de zorg voor mensen met artrose verder te verbeteren.

Bekijk hieronder de actuele onderzoeken en ontdek of jij kunt bijdragen aan de artrosezorg van morgen.

Lopende onderzoeken

Waarom artrose geen slijtage is...

Artrose treft miljoenen mensen, maar de oorzaak is niet zo simpel als ‘kraakbeen slijt nu eenmaal bij het ouder worden’. Professor Peter van der Kraan onderzoekt nieuwe behandelstrategieën én deelt een verrassende visie op het ontstaan van de ziekte. Een verhaal dat ons terugbrengt tot wel 425 miljoen jaar geleden …

Peter van der Kraan is hoogleraar Experimentele Reumatologie aan het Radboudumc in Nijmegen en leidt een van de vijftien Research Centres of Excellence die ReumaNederland financiert. Zijn onderzoeksgroep richt zich onder meer op een persoonsgerichte aanpak om de ontsteking van het gewrichtsslijmvlies te verminderen bij artrose. Ook heeft hij een interessante visie op het ontstaan van artrose.
Ontsteking speelt belangrijke rol
Veel mensen denken nog steeds dat artrose simpelweg het gevolg is van slijtage van het kraakbeen. Het wordt echter steeds duidelijker dat dit niet klopt. Bij een groot deel van de mensen met artrose speelt waarschijnlijk een ontsteking van het gewrichtsslijmvlies een belangrijke rol bij de klachten. Dat geldt niet alleen voor mensen met bestaande artrose, maar ook voor mensen die een gewrichtsblessure hebben gehad – bijvoorbeeld een gescheurde kruisband – en daardoor een sterk verhoogd risico lopen om artrose te ontwikkelen.

Ontdekking van tien eiwitten
In eerder onderzoek ontdekte het team van Peter van der Kraan tien specifieke eiwitten die een belangrijke rol spelen bij schade aan het gewricht en het ontstaan van pijn. Deze eiwitten worden aangemaakt in het gewrichtsslijmvlies en blijken sterk samen te hangen met het verergeren van artrose.

Remmen van de eiwitten met nieuwe en bestaande medicijnen
In het huidige langlopende project kijken de onderzoekers of het mogelijk is deze eiwitten te ‘remmen’ met bestaande of nieuwe medicijnen. Het idee: als je de schadelijke werking van deze eiwitten kunt afremmen, kun je misschien ook de voortgang van artrose stoppen of vertragen. Tegelijkertijd bouwen ze in Nijmegen aan een slim rekenmodel. Daarmee kan in de toekomst voor iedere patiënt bepaald worden welke behandeling het beste past bij zijn of haar specifieke vorm van artrose – of het nu gaat om iemand met een sportblessure, artrose in de knie of gewrichtsproblemen op latere leeftijd.

Grote rol voor ervaringsdeskundigen
Wat dit onderzoek extra bijzonder maakt, is dat ervaringsdeskundigen vanaf het allereerste begin meedenken. Mensen die zelf leven met artrose weten als geen ander wat de ziekte in het dagelijks leven betekent. Zij helpen de onderzoekers om keuzes te maken in de onderzoeksopzet, denken mee over wat écht belangrijk is voor patiënten, en helpen om de impact van artrose onder de aandacht te brengen bij het brede publiek.

Het uiteindelijke doel? Een nieuwe, persoonsgerichte behandelstrategie die de kwaliteit van leven van mensen met artrose aanzienlijk verbetert – en tegelijkertijd de maatschappelijke kosten verlaagt.

Onderzoek Radboudumc Nijmegen LLP Peter vd Kraan
Terug in de tijd om toekomst van artrose te begrijpen
Naast dit baanbrekende onderzoek deelt Peter van der Kraan ook zijn visie op de oorsprong van artrose. In een recent interview dat werd opgetekend door het Radboudumc vertelt hij waarom artrose volgens hem geen simpel gevolg is van slijtage, maar een erfenis van 425 miljoen jaar evolutie. Die blik op de verre geschiedenis van onze gewrichten geeft een verrassend nieuw perspectief op de aandoening waar wereldwijd miljoenen mensen mee leven.

We delen dit interview graag:

Peter van der Kraan – hoogleraar Radboudumc Nijmegen
Artrose is geen slijtage, maar erfenis van 425 miljoen jaar evolutie
Artrose ontstaat niet door slijtage, dat vormt een hardnekkig misverstand. Maar wat is dan de oorzaak van deze aandoening waar 1,2 miljoen Nederlanders mee kampen? Peter van der Kraan van het Radboudumc zoekt het antwoord in de evolutie. Hij verdenkt ontspoorde kraakbeencellen die op jonge leeftijd heel nuttig zijn, maar zich later tegen ons keren.
Van zebravis tot olifant
Alle dieren met botten kunnen artrose krijgen, een pijnlijke aandoening van de gewrichten. Bij zebravissen zit het in de kaak, en Burgers’ Zoo liet in februari een 59-jarige olifant inslapen mede vanwege artrose in haar voorpoot. Maar ook vogels, honden, schildpadden en muizen krijgen last van pijnlijke gewrichten. Wat daarbij opvalt is dat artrose altijd ontstaat op een leeftijd rond twee derde van de totale levensverwachting: bij een mens rond de 55 jaar, bij een muis al na 13 maanden.

Dat een muis dus al 54 jaar eerder dan een mens artrose ontwikkelt, toont aan dat artrose niet ontstaat door mechanische slijtage. Een idee dat overigens nog steeds wel hardnekkig rondwaart in Nederland. Maar wat veroorzaakt dan wel artrose? Peter van der Kraan, hoogleraar Experimentele Reumatologie van het Radboudumc, denkt dat het een ouderdomsziekte is die afhangt van de biologische leeftijd, en zoekt de oorzaak in de evolutie.

Sterke kaken
‘Ongeveer 425 miljoen jaar geleden zwommen er vissen in de oceaan die een skelet van kraakbeen hadden’, vertelt Van der Kraan. ‘Totdat een bepaald type kraakbeencel bot ging afzetten. Dat gaf die dieren een enorm evolutionair voordeel: ze ontwikkelden kaken van bot, die veel sterker waren en zeer geschikt om allerlei planten en dieren op te peuzelen.’ Botvorming hielp daarom bij de overleving en voortplanting op jonge leeftijd, en dat stuurde de hele evolutie. Want uit deze vissen ontstonden beenvissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren, waaronder mensen.

Kraakbeencellen die bot vormen geven ons kracht maar ook artrose
In het zicht van de evolutie vormde bot dus een groot voordeel, maar volgens Van der Kraan keert juist die botvorming zich later in het leven tegen ons en veroorzaakt dan artrose. En omdat we ons dan niet meer voortplanten, sorteert dit late nadeel van botvorming geen effect meer op de evolutie. Van der Kraan: ‘Evolutionair gezien wegen de voordelen van bot op jonge leeftijd zwaarder dan de nadelen op latere leeftijd.’

Ontspoorde kraakbeencellen
De boosdoeners bij artrose zijn een bepaald type kraakbeencellen die op het verkeerde moment en op de verkeerde plaats actief zijn. Tijdens de groei van botten vormen deze cellen nieuwe bloedvaatjes, breken kraakbeen af en vervangen dat door bot. Op jonge leeftijd is dat nuttig, maar later in het leven ontsporen in de gewrichten deze kraakbeencellen en veroorzaken ze precies de problemen bij artrose: kraakbeen dat verdwijnt en bloedvaatjes en bot die op de verkeerde plek groeien.

De eerste jaren merken mensen niet veel van deze ontspoorde kraakbeencellen, maar in een later stadium krijgen ze pijn. Dat komt door veranderingen in het bot en verlies van kraakbeen, maar ook doordat de gewrichten gaan ontsteken. Daar hebben inmiddels 1,2 miljoen Nederlanders last van, en de verwachting is dat dit zal stijgen naar meer dan 3 miljoen in 2050, mede door vergrijzing.

Bewegen als medicijn
Als artrose een evolutionaire erfenis is, kunnen we er dan niks aan doen? ‘Zeker wel’, zegt Van der Kraan. ‘Leefstijl heeft een grote invloed; zo vergroot overgewicht de kans op het krijgen artrose. Maar het belangrijkste is bewegen, zowel voordat je de aandoening krijgt als wanneer je deze al hebt. Vroeger dachten we dat de gewrichten slijten door gebruik en zo artrose veroorzaken, maar inmiddels weten we dat dit niet klopt. Bewegen helpt juist tegen artrose.’

Dat bewegen helpt komt vooral door een stofje dat opgeslagen ligt in ons kraakbeen: TGF-β. Dit is een signaalstof die de kraakbeencellen die artrose veroorzaken in toom houdt en ontsteking remt. Maar daar zit de crux: alleen bij belasting van het kraakbeen wordt deze stof geactiveerd. En die belasting ontstaat juist door sport en beweging. Op de bank blijven zitten is daarom niet goed.

Achterhaalde theorie
Toch is bewegen soms lastig bij artrose, vanwege de pijn. ‘Pijnstillers vormen daarom een belangrijke pijler bij de behandeling’, legt Van der Kraan uit. ‘Verder zetten we tegenwoordig veel in op leefstijl: afvallen als dat nodig is en in beweging blijven. In ernstige gevallen kunnen artsen een gewricht vervangen.’

Een medicijn tegen artrose bestaat nog niet. Wel is uit grote studies met colchicine en een IL-1-remmer bij andere aandoeningen gebleken dat mensen door deze medicijnen mogelijk minder artrose krijgen. Daar wordt nu verder onderzoek naar gedaan. ‘Dat we nu veel meer weten over de werkelijke oorzaak van artrose, stelt ons in staat om voorbij de achterhaalde theorie van slijtage te kijken’, aldus Van der Kraan. ‘Daardoor kunnen we nu gerichte strategieën ontwikkelen voor preventie, behandeling en verbetering van de levenskwaliteit van patiënten.’

Dit interview verscheen op Radboudumc van Annemarie Eek

Over de publicatie
Deze theorie over de oorzaak van artrose is gepubliceerd in Osteoarthritis and Cartilage Open: Osteoarthritis as an evolutionary legacy: Biological ageing and chondrocyte hypertrophy. Peter van der Kraan. DOI: 10.1016/j.ocarto.2025.100624.

Innovatief instrument ziet kraakbeenschade voordat er klachten zijn

Innovatief instrument ziet kraakbeenschade voordat er klachten zijn
Een ogenschijnlijk simpele enkelverstuiking kan het begin zijn van jarenlange pijn en uiteindelijk zelfs artrose. Dat zagen we bij ex-voetballer Marco van Basten, maar hij is helaas geen uitzondering. Enkelartrose zorgt vaak al op relatief jonge leeftijd voor ernstige beperkingen: dertigers of veertigers die moeite krijgen met lopen, sporten of werken. In Nederland leven naar schatting 100.000 mensen met enkelartrose. Daarmee komt de aandoening minder vaak voor dan knie- of heupartrose, maar de impact is minstens zo groot.
Enkelartrose ontstaat vrijwel altijd na een blessure, zoals (herhaald) verzwikken, een verkeerde enkelstand of een oude breuk. Jaarlijks lopen in Nederland honderdduizenden mensen een enkelverstuiking op. Dat gebeurt vaak tijdens sporten waarbij veel wordt gesprongen en gedraaid, zoals voetbal, volleybal, basketbal en hockey. Maar verzwikken kan net zo goed gebeuren als iemand een stoeprandje mist of verkeerd de tuin in stapt.

Niet duidelijk waarom gewricht bij de een goed herstelt, en bij de ander niet
Bij een deel van deze mensen raakt het kraakbeen blijvend beschadigd en ontstaat uiteindelijk artrose. Waarom het gewricht bij sommige mensen goed herstelt en bij anderen niet, weten artsen nog altijd niet precies.

“Dat willen we graag beter begrijpen”, vertelt sportarts en hoogleraar Sportgeneeskunde prof. dr. Hans Tol in het Amsterdam UMC. De afdeling Orthopedie en Sportgeneeskunde staat internationaal bekend om de behandeling van enkelblessures en innovatief onderzoek. Het team behandelt zowel topsporters als recreatieve sporters en werkt daarbij onder meer samen met Ajax en andere (top)sportorganisaties.

Huidige behandelopties zijn beperkt
“De huidige orthopedische behandelmogelijkheden bij enkelartrose zijn beperkt. Soms rest alleen het vastzetten van de enkel of het plaatsen van een kunstgewricht.” Volgens Tol is vroege opsporing van schade daarom belangrijk.

Hans Tol
“Beginnende kraakbeenschade is vaak nog niet zichtbaar op een MRI-scan, terwijl het beschadigingsproces dan al wel begonnen kan zijn.”
Prof. dr. Hans Tol – Foto: Gillissen
Samen met onderzoekers van onder meer de Universiteit Twente, Universiteit Leiden en het Erasmus MC, werkt het team van professor Tol daarom aan een innovatief instrument dat schade in een veel eerder stadium zichtbaar moet maken. Hoe sneller schade wordt ontdekt, hoe groter de kans dat verdere achteruitgang en uiteindelijk artrose kunnen worden voorkomen.

Speciale ultradunne naaldscoop kijkt rechtstreeks in het gewricht
De onderzoekers ontwikkelden een speciale aanpassing van een ultradunne naaldscoop waarmee artsen rechtstreeks ín het gewricht kunnen kijken. De naald is slechts 1,9 millimeter dik en werkt als een soort mini-kijkoperatie.

Waarom is zo’n nieuw instrument nodig? Onderzoeksleider dr. Kaj Emanuel vertelt dat de huidige beeldvorming niet gevoelig genoeg is om de vroegste schade te zien.

dr. Kaj Emanuel
“Gezond kraakbeen absorbeert en weerkaatst dit infrarood licht anders dan beschadigd kraakbeen. Zo kunnen veranderingen met de naaldscoop zichtbaar worden die met gewone scans of kijkoperaties nog niet te zien zijn.”
Dr. Kaj Emanuel
Geavanceerde optische technieken die veranderingen in kraakbeen meten
Maar alleen kijken is niet genoeg. Daarom combineren de onderzoekers de naaldscoop met geavanceerde optische technieken die subtiele veranderingen in het kraakbeen kunnen meten. “We gebruiken daarbij infrarood licht, dat dieper in het weefsel doordringt. Gezond kraakbeen absorbeert en weerkaatst dit licht anders dan beschadigd kraakbeen. Daardoor kunnen veranderingen zichtbaar worden die met gewone scans of kijkoperaties nog niet te zien zijn.”
Uiteindelijk moeten AI-gestuurde analyses helpen om gezond en beschadigd kraakbeen beter van elkaar te onderscheiden.

Samen met orthopedisch chirurgen ontwikkelden de onderzoekers inmiddels meerdere prototypes van de nieuwe naaldscoop. Er wordt nu gewerkt aan twee veelbelovende uitvoeringen: een instrument met extra meetmogelijkheden én een compacte versie met één dun meetvezeltje, speciaal voor bepaalde patiëntgroepen.

Schade zichtbaar voordat er klachten zijn
Uiteindelijk hopen de onderzoekers een methode te ontwikkelen waarmee artsen kort na een blessure beter kunnen inschatten of iemand risico loopt op blijvende gewrichtsschade.

Hans Tol: “In een ideaal scenario zou een orthopedisch chirurg straks met een kleine naaldscopie snel kunnen zien of het foute boel is. Krijg je groen licht, dan herstelt het kraakbeen waarschijnlijk goed. Bij rood licht is gerichte behandeling of begeleiding nodig.”

Dat is belangrijk, benadrukt hij, omdat kraakbeen juist in die vroege fase mogelijk nog herstelpotentieel heeft. Met gerichte behandeling, aangepaste belasting of nieuwe regeneratieve therapieën zou verdere schade misschien kunnen worden voorkomen.

Toch is het onderzoek nog niet zover. Eerst moeten patiëntstudies aantonen hoe betrouwbaar en bruikbaar de techniek in de praktijk is.

Enkelartrose op het voetbalveld
Eerste patiëntstudie met 128 mensen
In de volgende onderzoeksfase worden de meetmethoden verder verfijnd en gekoppeld aan microscopisch weefselonderzoek. Ook start een grote patiëntstudie onder 128 mensen met een acute enkelblessure.

De onderzoekers vergelijken de nieuwe techniek met bestaande MRI-diagnostiek en zullen patiënten over langere tijd volgen. Om beter te begrijpen waarom de ene patiënt wel artrose ontwikkelt en de andere niet, kijken ze daarbij naar verschillende factoren. Denk aan sportbelasting, maar ook leefstijl, werk en persoonlijke omstandigheden.

Alleen deelnemers in de acute fase na blessure
Mensen die kort geleden een enkelblessure hebben opgelopen, kunnen deelnemen aan de studie, zegt dr. Emanuel: “We zoeken deelnemers die in de zogenaamde acute fase zitten, binnen drie maanden na de blessure. Zo kunnen we de allereerste veranderingen in het kraakbeen goed volgen. De deelnemers worden onder meer geworven via huisartsenposten, spoedeisende hulpen en sportverenigingen.”

De deelnemers worden uiteindelijk vijf jaar lang gevolgd. Aan het begin van de studie krijgen zij onder meer een röntgenfoto, lichamelijk onderzoek, vragenlijsten en een naaldscopie. Na een jaar volgen opnieuw metingen met de naaldscoop en een MRI-scan. Vijf jaar later wordt opnieuw een röntgenfoto gemaakt.

Niet alleen relevant voor topsporters
Hoewel de techniek binnen de orthopedie en sportgeneeskunde wordt ontwikkeld, is deze zeker niet alleen voor topsporters bedoeld. “Dit is relevant voor iedereen die beweegt”, zegt dr. Emanuel.

Als de techniek betrouwbaar genoeg blijkt, hopen de onderzoekers dat de naaldscoop uiteindelijk kan uitgroeien tot een praktisch hulpmiddel voor artsen om risicopatiënten vroeg op te sporen en gerichter te begeleiden.

Hans Tol besluit: “De gedachte dat artrose simpelweg ‘slijtage’ is, waar toch niets aan te doen valt, leeft nog altijd sterk. Dat is jammer. Bewegen is essentieel, júist als je artrose hebt. Vroege opsporing en gerichte behandeling kunnen mogelijk helpen om gewrichten langer gezond te houden en mensen in beweging te houden.”

 

Onderzoek in cijfers

32
Lopende onderzoeken
23
Onderzoek in euro
56
PHD-studenten